Start knoppraktijk knoplogopedie knopcontact knoplinks knop
wat is logopedieproblemen knopkinderen knopvolwassenen knop

Voor het spreken en communiceren gebruikt een mens zijn longen/stembanden, mond, oren, en hersenen. Met zijn hersenen bedenkt hij wat hij zeggen wil. De adem uit de longen brengt de
stembanden aan het trillen, waardoor geluid ontstaat. Dit geluid wordt met de mond tot klanken gevormd. Via zijn oren hoort hij weke klanken hij maakt. Er hoeft maar met een van de organen
iets mis te zijn, of het samenspel is in gevaar.

Stem: mensen praten hees, schor, metalig of ze praten geknepen, hard, onverstaanbaar zacht, dan
danwel wisselend. Ook kunnen ze pijn hebben bij het spreken. Soms verliezen ze hun stem en kunnen alleen nog maar fluisteren.

Spraak: mensen kunnen de klanken en woorden in hun mond niet goed vormen zodat ze minder
verstaanbaar worden voor anderen. Ze spreken veel te snel, te rommelig of ze gaan stotteren.

Taal: het denkproces voor het komen tot de juiste woorden of zinnen verloopt niet goed.
Bij kinderen kan de taalontwikkeling te langzaam of te laat op gang komen. Ook meertaligheid kan
een probleem zijn.

Gehoor: problemen in de communicatie kunnen ontstaan, doordat iemand zijn eigen geluid en dat
van anderen slecht hoort. Kinderen met gehoorproblemen horen het voorbeeld van anderen
gebrekkig en verwarrend in de periode dat ze leren praten. Daardoor komt de spraak traag op gang
of wordt afwijkend.